Gedicht van Mw. Mets n.a.v triduum Banneux

“Vrijwilligers”   

Wie en wat zijn toch al die mensen,

Die zo helpen vervullen al onze wensen?

Eerst al als je in de bus mag gaan,

Dragen ze jou en van alles aan.

Onderweg, dat je goed mag zitten,

Of je leunen wilt, of soms wat pitten.

Moeten we er uit, krijg je de hand,

En komen zo veilig in het restaurant.

Als we in Banneux zijn aangekomen

Worden we weer bij de hand of stoel genomen.

Koffers worden dan weer uitgeladen en gezet,

Door vele handen al vast bij je bed.

Al deze fijne rijke dagen,

Kun je aan ieder hier alles vragen.

Ze zijn hier allen door het virus aangetast,

En zorgen voor ons alles aangepast.

Ze geven hun vrije tijd en liefde,

Met heel hun hart en liefde.

Hun liefs voor ons en de andere mensen,

Vervullen blij bijna al onze wensen.

Daarom kom ik met dit verhaal,

En het is echt voor allemaal.

Of het nu de keuken is of de brancardier

Of de verpleegsters en de dokter hier,

De geestelijken of wie dan ook maar,

Ze zijn allen diensbaar aan ons en dus aan Haar.

Maria, die ons vol erbarmen wil omarmen,

En hier is “De Maagd der Armen”

Dank zij Maria en haar hele staf,

Is dit triduum meer dan af.

Wij zijn gezegend hier te mogen wezen,

Dankbaarheid staat op ieders gezicht te lezen.

Dank, dank, dat is ons gebaar,

En meer bidden doen we thuis, echt waar!       

             

Mw. A.M. Mets